De geschiedenis van de kimono

De geschiedenis van de kimono
De geschiedenis van de kimono

Alhoewel de kimono vandaag de dag wordt gezien als onderdeel van design lingerie, is dat niet altijd zo geweest. De kimono is een typisch Japanse klederdracht, en lijkt een beetje op een ochtendjas. Van origine is de kimono gemaakt van zijden stofjes en wordt deze bedrukt met allerlei verschillende patronen. De patronen en kleuren van de kimono zijn over het algemeen afhankelijk van het seizoen. De mouwen zijn wijd, en de stof wordt bij elkaar gehouden door een wat bredere ceintuur, de ‘obi’ genoemd.

Volgens de oude annalen die zijn gevonden in China rond de 3e eeuw na Christus, droegen de Japanners slechts grote stukken stof met daarin enkel een gat om het hoofd doorheen te doen. De periode daarna, van de 3e tot de 7e eeuw, laat zien dat men zich wat geciviliseerder gaat kleden. Er zijn namelijk kleifiguren gevonden die kleding dragen, bestaand uit twee verschillende delen. Dit is beide het geval voor de man, die een broek droeg met daarover heen een hes, als de vrouw, die hetzelfde hesje droeg met daaronder een rok. Daarnaast droegen ze geen riem maar een band, die hetzelfde effect had.

Met de komst van het boeddhisme en het aanhalen van de contacten met de Chinese bevolking wordt er gezien dat er kleding wordt gedragen uit de Chinese Tang (de dynastie) in Japan zelfs. Rond de Heiantijd, die afspeelde van 800 – 1200, wordt er een wat meer kunstzinnige vorm aangenomen in het hofleven. De vrouwen gaan verschillende soorten zijde (en dus ook kimono-achtige) kleden over elkaar heen. Dit wordt ook wel de ‘junihitoë’ genoemd. Wanneer de Kamakura-periode begon rond het jaartal 1200 en men ging thuis de ‘kosode’ dragen. De kosode werd voornamelijk gezien als een soort onderkleding, maar wanneer de Muromachi-periode aanbrak werd dit ontwikkeld tot de formele buitenkleding. In de Azuchi-Monoyama-periode werd de kimono gezien als standaard kleding.